
Albert van der Schoot over de turbulente geschiedenis
van het Concertgebouw
In deze lezing gaat musicoloog en filosoof Albert van der Schoot aan de hand van zijn fascinerende boek Dissonanten in het Concertgebouw in op de bewogen geschiedenis van één van Amsterdams meest bekende gebouwen en in het bijzonder op de rol die het gebouw speelde in relatie tot Duitse componisten, musici en orkesten. Zijn rijk geïllustreerde en stevig gedocumenteerde werk behandelt de vaak turbulente, minder bekende en soms confronterende geschiedenis van het Amsterdamse Concertgebouw met thema’s als de fricties tussen emancipatiebewegingen, de NSB-periode en de controversiële rol van dirigent Willem Mengelberg. Maar Albert van der Schoot laat daarnaast zien hoeveel meer en hoe intens de relatie tot de Duitse cultuur was.
‘Geene Duitsche Tonhalle op Nederlandschen bodem!’ Met die slagzin werd er al geprotesteerd tegen het overwicht van de Duitse muziek in het Concertgebouw, nog voordat er ook maar één noot in dat Gebouw was uitgevoerd. En de dominantie van de Duitse cultuur op muziekgebied werd nog veel vaker op de proef gesteld, onder heel verschillende omstandigheden. Dirigent Willem Mengelberg wilde beslist de laatste opera van de door hem bewonderde Richard Wagner concertant op de planken brengen – maar dat leverde hem een fikse ruzie op met weduwe Cosima Wagner, die geen middel onbeproefd liet om Mengelbergs plannen te dwarsbomen.
In de jaren ’30 kwam de verhouding tussen Nederland en Duitsland zwaar onder druk te staan, ook op het concertpodium. In Den Haag werd het Residentie Orkest, tegen de wil van de regering, door koningin Wilhelmina gedwongen om bij het galaconcert ter gelegenheid van het huwelijk van prinses Juliana en prins Bernhard ook het Horst Wessellied te spelen, dat deel van het Duitse volkslied was geworden. Dirigent Peter van Anrooy weigerde dit te dirigeren. Op 5 oktober 1939, een maand na de Duitse inval in Polen, liep een tot nu toe onbekende vrouw tijdens een uitvoering van Mahlers Lied von der Erde op het podium af om de dirigent toe te voegen: ‘Deutschland über alles, Herr Schuricht!’ Haar identiteit en haar mogelijk motief worden in Dissonanten in het Concertgebouw voor het eerst onthuld.
Na de oorlog moesten de gedragingen van musici, zoals die van vele anderen, in het kader van de zuivering worden beoordeeld. Maar wat waren daarvoor de criteria? Hoe werd het gedrag van de in Duitsland geboren anti-nazi directeur Rudolf Mengelberg vergeleken met dat van de in Nederland uit Duitse ouders geboren pro-Duitse dirigent Willem Mengelberg? In 1947 liepen de gemoederen hoog op toen Richard Strauss’ Metamorphosen op het programma werden gezet. Was dat niet een nieuwe vorm van collaboratie? Maar de scherpste confrontatie kwam pas in 1951, toen het de tot Duitser genaturaliseerde Nederlandse dirigent Paul van Kempen fysiek onmogelijk werd gemaakt twee uitvoeringen van Verdi’s Requiem tot een goed einde te brengen. Daar had vooral de CPN de hand in gehad. Het vormde de inleiding tot de organisatorische splitsing tussen het Concertgebouw en het Concertgebouworkest.
Albert van der Schoot studeerde muziekwetenschap, filosofie en muziekpedagogiek. Hij doceerde esthetica, cultuurfilosofie en muziekfilosofie aan de universiteiten van Amsterdam, Antwerpen en Indiana. In 1998 promoveerde hij op De ontstelling van Pythagoras, een studie naar de ideeëngeschiedenis rondom de gulden snede. Hij publiceerde en redigeerde meerdere boeken over de raakvlakken van muziek en filosofie. In 2019 verscheen Kapitein Walther Boer en het galaconcert, een onderzoek naar de achtergronden van het galaconcert ter gelegenheid van het huwelijk van prinses Juliana en prins Bernhard. In 2025 zag Dissonanten in het Concertgebouw het licht.
De bijeenkomst wordt mede mogelijk gemaakt door ONE-Dyas
____________________________________________________________________________
Amsterdam
Voertaal: Nederlands
Toegang: gratis na aanmelding
Aanmelding: secretariaat@genootschapnld.nl

